Aanwijzend voornaamwoord (awv)
Een aanwijzend voornaamwoord 'wijst' iets aan. De vier meest gebruikte aanwijzende voornaamwoorden zijn:
- die
- dit
- deze
- dat
Het aanwijzend voornaamwoord kan in plaats van het lidwoord staan voor een zelfstandig naamwoord. Het aanwijzend voornaamwoord verwijst naar het zelfstandig naamwoord.
- Als het aanwijzend voornaamwoord verwijst naar iets dat dichtbij is, gebruik je 'dit' of 'deze'.
- Als het aanwijzend voornaamwoord verwijst naar iets dat veraf is, gebruik je 'dat' of 'die'.
Voorbeelden:
- de jongen deze / die jongen
- de avond deze / die avond
- het meisje dit / dat meisje
- het huis dit / dat huis
Let op:
- Bij een het-woord gebruik je altijd dat of dit.
- Bij een de-woord gebruik je altijd die of deze.

Aanwijzend voornaamwoord: die, dit, deze, dat