De stam
De stam van een werkwoord is de basisvorm die je gebruikt om werkwoorden correct te vervoegen. Je noemt dit de ruwe stam.
Ruwe stam
De stam van een werkwoord is: het hele werkwoord –en.
- bereiken - bereik
- verhuizen - verhuiz
- lopen stam - lop
- beloven - belov
Als het werkwoord niet eindigt op –en, vanwege een tweetekenklank (zien, doen), dan haal je alleen de –n van het hele werkwoord af.
De ruwe stam heb je nodig als je werkwoorden gaat vervoegen, bijvoorbeeld bij het maken van de verleden tijd met behulp van het kofschip 't kofschip.
Aangepaste stam (=ik-vorm)
Als je –en van het werkwoord afhaalt, heb je niet altijd gelijk de juiste stam, zoals je zag bij het werkwoord beloven. Deze ruwe stam moet je vaak nog aanpassen. De aangepaste stam is precies hetzelfde als de ik-vorm.
- verhuizen - verhuis
- lopen - loop

Verwijder -en, en de stam is daar, de basis voor een correcte vervoeging!