De tegenwoordige tijd (tt)
Het is belangrijk om eerst te kijken of het werkwoord een persoonsvorm is. Als het werkwoord een persoonsvorm is, zijn er maar 3 mogelijkheden om het werkwoord goed te spellen:
- Stam
- Stam + t
- Stam + en (= hele werkwoord)
Het werkwoord 'werken' vervoeg je in de tegenwoordige tijd als volgt:
- ik werk
- jij werkt
- werk jij?
- hij/zij/het/u werkt
- wij/jullie/zij werken
Stappenplan
Om erachter te komen hoe je de persoonsvorm schrijft, volg je het stappenplan.
1. Noteer het hele werkwoord
- houden
2. Maak stam (ik-vorm)
- houd
3. Controleer met het werkwoord lopen Hoor je achter loop een t, dan schrijf je een t. Hoor je geen t, dan schrijf je geen t.
- Ik loop - dus: ik houd
- Jij loopt - dus: jij houdt

In de tegenwoordige tijd (tt) mag je alleen een t toevoegen!