Engelse werkwoorden
Het Nederlands heeft veel woorden uit ander talen zoals het Frans en Duits overgenomen. Leenwoorden zijn woorden overgenomen uit een ander taal. Vanaf WOII heeft het Nederlandse veel Engelse leenwoorden, dit worden anglicismen genoemd.
Verschillende redenen waarom er voor Engelse woorden gekozen wordt:
- Er bestaat geen Nederlands woord voor jazz, timing, pudding
- Engelse woorden zijn vaak korter dan Nederlandse woorden hit i.p.v. succesnummer, goal i.p.v. doelpunt
- Ze klinken volgens veel mensen gewoon beter cool, relaxed, Holland's got talent
Naast zelfstandig naamwoorden of bijvoeglijk naamwoorden gebruiken we in het Nederlands ook veel Engelse werkwoorden. Engelse werkwoorden vervoeg je op dezelfde manier als Nederlandse werkwoorden, dus je volgt de gewone regels van de tegenwoordige tijd of verleden tijd.
De Engelse werkwoorden kun je verdelen in 3 categorieën:
- De Engelse werkwoorden: stam –en
- De Engelse werkwoorden: stam –n
- De vernederlandste Engelse werkwoorden
De Engelse werkwoorden: stam –en
Voor het vervoegen van deze werkwoorden gebruik je de gewone regels van de tegenwoordige tijd en de verleden tijd.
infinitief ik-vorm t.t. v.t. v.d.
- Downloaden download ik download / jij downloadt downloadde gedownload
- Faxen fax ik fax / jij faxt faxte gefaxt
- triggeren trigger ik trigger / jij triggert triggerde getriggerd
- showen show ik show / jij showt showde geshowd
- googelen googel ik googel / jij googelt googelde gegoogeld
- claimen claim ik claim / jij claimt claimde geclaimd
- checken check ik check / jij checkt checkte gecheckt
- comitten commit ik commit/jij commit committe gecommit
- focussen focus ik focus / jij focust focuste gefocust
- fixen fix ik fix / jij fixt fixte gefixt
- trainen train ik train / jij traint trainde getraind
- relaxen relax ik relax / jij relaxt relaxte gerelaxt
- hacken hack ik hack / jij hackt hackte gehackt
- crashen crash ik crash / jij crasht crashte gecrasht
- promoten promoot ik promoot/ jij promoot promootte gepromoot
- matchen match ik match / jij matcht matchte gematcht
De Engelse werkwoorden: stam –n
Werkwoorden zoals saven, timen en daten behouden hun –e in de stam: Maak de stam door de -n er af te halen, de 'e' hoort dus bij de stam!
Voor het vervoegen van deze werkwoorden gebruik je de gewone regels van de tegenwoordige tijd en de verleden tijd.
infinitief ik-vorm t.t. v.t. v.d.
- saven save ik save / jij savet savede gesaved
- liken like ik like / jij liket likete geliket
- daten date ik date / Jij datet datete gedatet
- faken fake ik fake / Jij faket fakete gefaket
- stagediven stagedive ik stagedive / Jij stagedivet stagedivede gestagedived
- deleten delete ik delete / Jij deletet deletete gedeletet
- timen time ik time / Jij timet timede getimed
- gamen game ik game / Jij gamet gamede gegamed
- downgraden downgrade ik downgrade/jij downgradet downgradede gedowngraded
- sharen share ik share / jij sharet shared geshared
- racen race ik race / jij racet racete geracet
- cruisen cruise ik cruise / jij cruiset cruisete gecruiset
- battlen battle ik battle / jij battlet battlete gebattlet
- outsourcen outsource ik outsource/jij outsourcet outsourcete geoutsourcet
- hypen hype ik hype / jij hypet hypete gehypet
De vernederlandste Engelse werkwoorden
Werkwoorden met een dubbele medeklinker maken we simpeler, tenzij het met de uitspraak niet kan. We noemen dit het vernederlandsen van werkwoorden.
Je maakt de stam (meestal – dubbele medeklinker) en vervoegt deze werkwoorden volgens de gewone regels van de tegenwoordige tijd en de verleden tijd.
infinitief ik-vorm t.t. v.t. v.d.
- crossen cros ik cros / jij crost croste gecrost
- volleyballen volleybal ik volleybal / jij volleybalt volleybalde gevolleybald
- spammen spam ik spam / jij spamt spamde gespamd
- stressen stres ik stres / jij strest streste gestrest
- mindmappen mindmap ik mindmap/ jij mindmapt mindmapte gemindmapt
- chatten chat ik chat / jij chat chatte gechat
- scoren scoor ik scoor / jij scoort scoorde gescoord
- scannen scan ik scan / jij scant scande gescand
- shoppen shop ik shop / jij shopt shopte geshopt
- plannen plan ik plan / jij plant plande gepland
Let op:
- paintballen paintball ik paintball / jij paintballt paintballde gepaintballd
- chillen chill ik chill / jij chillt chillde gechilld

Vervoeg vernederlandste werkwoorden volgens de normale regels!