Het voltooid deelwoord (vd)
Een voltooid deelwoord is een vorm van een werkwoord die aangeeft dat een handeling afgerond is. Een voltooid deelwoord heeft altijd een hulpwerkwoord bij zich, meestal is dit een vorm van het werkwoord 'hebben' of 'zijn'. Een voltooid deelwoord begint vaak met be-, ge-, her-, ont-, ver- .
Een voltooid deelwoord eindigt op:
- -d (regelmatige werkwoorden)
- -t (regelmatige werkwoorden)
- -en (onregelmatige werkwoorden)
Het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden
Het voltooid deelwoord van een regelmatig werkwoord (een zwak werkwoord) eindigt op een -d of een -t. Als je niet weet of het voltooid deelwoord op een -t of een -d eindigt, dan kun je het langer maken (in de verleden tijd).
Dus:
- Ik heb gerend. (want rende)
- Ik heb gefietst. (want fietste)
- Ik heb gepakt. (want pakte)
Natuurlijk kun je ook het stappenplan van 't ex kofschip gebruiken om te weten hoe je het voltooid deelwoord schrijft.
Het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden
Het voltooid deelwoord van een onregelmatig werkwoord (een sterk werkwoord) is makkelijker om te schrijven, maar misschien moeilijker om te onthouden. Deze moet je dus gewoon leren. Bijvoorbeeld:
- gelopen
- geslapen
- bedrogen

Een voltooid deelwoord gebruik je als een handeling voltooid is!