Koppelteken
Een koppelteken (-) wordt in het Nederlands gebruikt om woorden of woorddelen duidelijker te maken en om verkeerde uitspraak of betekenis te voorkomen. Het koppelteken is een liggend streepje.
Je gebruikt het koppelteken bij:
1. Bij klinkerbotsing van twee woorden in een samenstelling
- gala-avond
- auto-onderdeel
- zee-egel
- taxi-ervaring
- menu-idee
2. In aardrijkskundige namen met een extra plaats toevoeging
- Midden-Nederland
- Oost-Vlaanderen
- Nederlandse-Antillen
3. In samenstellingen met cijfers, letters en andere tekens, afkortingen
- €-teken
- vmbo-leerling
- 70-jarige
- tbs-kliniek
- havo-examen
- @-teken
- pdf-document
- ja-woord, nee-woord
4. Bij dubbele achternamen
- E. Jansen-Steur
- M. Steensma-de Vries
- H. van den Dam-Bord
5. Bij een functie, rang of titel (staat voor zelfstandig naamwoord)
- assistent-bedrijfsleider
- minister-president
- chef-kok
6. In samenstellingen waarvan beide delen gelijkwaardig zijn (kunnen van plek wisselen)
- woon-werkverkeer
- haat-liefdesverhouding
- vader-zoonrelatie
- nek-aan-nekrace
- Welles-nietesrelatie
- mond-op-mondreclame
7. In combinaties met non-, niet-, ex- en oud- + zelfstandig naamwoord
- niet-roker
- non-stop

Een koppelteken voorkomt verwarring, gebruik het waar het moet!