Persoonlijk voornaamwoord (psv)
Het persoonlijk voornaamwoord verwijst naar:
- een persoon
- een groep personen
- voorwerpen
- onzichtbare zaken
Voorbeelden van persoonlijk voornaamwoorden:
- Ik ga naar jou.
- Jij gaat naar hem.
- Hij gaat naar haar.
- Wij gaan naar jullie.
- Jullie gaan naar ons.
- Zij gaan naar hen.
- Ik geef hun het cadeau.
- Ik geef de werkboeken aan hen.
- Het regent al de hele dag.
Alle woorden die persoonlijke voornaamwoord kunnen zijn, staan in onderstaand schema:
Onderwerpsvorm Voorwerpsvorm
Enkelvoud
- 1e persoon ik mij, me
- 2e persoon jij, je, u jou, je
- 3e persoon hij, zij, ze, het hem, haar het
Meervoud
- 1e persoon wij, we ons
- 2e persoon jullie, u jullie, u
- 3e persoon zij, ze hun, hen, ze
Onderwerpsvorm:
deze woorden worden in een zin als onderwerp gebruikt.
Voorwerpsvorm: deze woorden worden in een
zin als lijdend voorwerp of als meewerkend voorwerp gebruikt.
Let op: 'Het' kan dus ook pers. vnw. zijn! het is alleen een persoonlijk voornaamwoord als het een apart zinsdeel is en je 'het' door 'dat' kunt vervangen.

Persoonlijk voornaamwoord: een woord dat iemand of iets vervangt in een zin