Verkleinwoorden
Verkleinwoorden zijn zelfstandig naamwoorden (of soms bijwoorden) waarmee de kleine vorm wordt bedoeld. In de Nederlandse taal worden erg vaak verkleinwoorden gebruikt. Bij een verkleinwoordje wordt altijd het lidwoordje 'het' gebruikt.
Verkleinwoorden kunnen eindigen op de basisvorm -je, of op -tje, -pje, -etje, -kje, maar er zijn ook uitzonderingen.
1. Verkleinwoorden op -je De meeste verkleinwoorden krijgen -je achter het zelfstandig naamwoord.
- de hand – het handje
- de rups - het rupsje
- de lamp – het lampje
2. Verkleinwoorden op -tje Als de laatste letter van het zelfstandig naamwoord een klinker -l, -n, -w, -r, of medeklinker -e, -a, -o, -u is, dan eindigt het verkleinwoord meestal op -tje.
- de kameel – het kameeltje
- de maan – het maantje
- de dame – het dametje
Let op: als de laatste letter van het zelfstandig naamwoord eindigt op -a-o-u komt, dan verdubbelt wel de laatste klinker.
- de opa – het opaatje
- de paraplu – het parapluutje
- chocola - chocolaatje
3. Verkleinwoorden op -ietje Als de laatste letter van het zelfstandig naamwoord een i is, dan eindigt het verkleinwoord op –ietje.
- kiwi – kiwietje
- mini - minietje
4. Verkleinwoorden op -'tje Als de laatste letter van het zelfstandig naamwoord eindigt op een –y, dan eindigt het verkleinwoord op 'tje.
- baby – baby'tje
- lolly – lolly'tje
5. Verkleinwoorden op -pje De zelfstandig naamwoorden die eindigen op -m, krijgen meestal -pje bij het verkleinwoord.
- het raam - het raampje
- de boom - het boompje
- de droom - het droompje
6. Verkleinwoorden op -etje Sommige verkleinwoorden zijn toch heel anders, zij eindigen op -etje. Vaak zijn dit zelfstandig naamwoorden met een korte klinker.
- de bon – het bonnetje
- de ring – het ringetje
- de bal – het balletje
7. Verkleinwoorden op -kje Als een zelfstandig naamwoord eindigt op -ng, krijgt het verkleinwoord soms de uitgang -kje.
- koning - koninkje
- ketting - kettinkje
- woning - woninkje
8. Andere vormen Sommige verkleinwoorden krijgen juist een verdubbeling van de klinker of zijn helemaal anders.
- het blad - het blaadje
- het gat - het gaatje
- het schip - het scheepje
- de jongen – het jongetje

Een verkleinwoord maakt iets klein, maar de juiste spelling moet er zijn!