Werkwoordelijk gezegde (wwg)
Het werkwoordelijke gezegde bestaat uit alle werkwoorden in een zin. Een werkwoord geeft en handeling aan: fietsen, lopen, doen, lachen, zijn, worden, etc.
De persoonsvorm is altijd een werkwoord, dus deze hoort altijd bij het werkwoordelijk gezegde.
Als je het werkwoordelijke gezegde wilt zoeken, dan zoek je eerst de persoonsvorm op en daarna ga je op zoek naar alle andere werkwoorden in de zin. Meestal staan de andere werkwoorden achter in de zin.
Het kan ook gebeuren dat er maar één werkwoord in een zin staat, de persoonsvorm, dan bestaat het werkwoordelijk gezegde dus alleen maar uit de persoonsvorm.
Zin pv andere ww wwg
- Ik houd niet van spruitjes. houd ---- houd
- De grote man gaat voetballen. gaat voetballen gaat voetballen
- De bestelauto wil niet starten. wil starten wil starten

Werkwoordelijk gezegde: persoonsvorm + alle andere werkwoorden