Zinsdelen
Zinsontleding is eigenlijk het verdelen van een zin in stukjes. Ieder stukje geef je dan een naam. Deze naam kan bestaan uit meerdere woorden, maar ook uit een apart woord. Zo'n stukje van de zin noemen we een zinsdeel.
Je kunt een zin dus in delen verdelen: de zinsdelen. Er is een heel gemakkelijke manier om dat te doen. Onthoud het volgende: Alles wat voor de persoonsvorm staat of kan staan is één zinsdeel. Zodra je dus weet wat de pv (persoonsvorm) is, maak je steeds (in je hoofd) een andere zin. Tussen de zinsdelen zet je streepjes.
Dus:
- Ik heb dat cadeau op maandag aan Greetje gegeven.
- Ik heb dat cadeau aan Greetje gegeven.
- Dat cadeau heb ik aan Greetje gegeven.
- Aan Greetje heb ik dat cadeau gegeven.
De zinsdelen zijn dus: Ik | heb | dat cadeau | aan Greetje | gegeven.
Let op: Een plaats en een tijd zijn altijd aparte zinsdelen.

Zinsdelen: bouwstenen voor een duidelijke boodschap!